Ledenbijeenkomsten- zaal open om 19.00 uur

Zaandam: in principe op de eerste donderdag van de maand:

Zorgcentrum “Het Mennistenerf”, H. Gerhardstraat 77, 1502 CC te Zaandam (075-6123262)
Bijeenkomsten: 7-1, 4-2, 3-3, 7-4, 5-5 en 2-6

Wormerveer: steeds op derde dinsdag van de maand:

Buurtcentrum “de Lorzie” Marktplein 3, 1521 JS te Wormerveer (075-6286882)
Bijeenkomsten:19-1, 16-2, 15-3, 19-4, 17-5 en 21-6

Ledenmutaties

Bedankt: A. Eliveld, Koog aan de Zaan
Overleden: Jan van der Laan, Jisp
Nieuw lid:mw. J.E.M. Heeringa-van Gelderen, Westzaan

Gelukkig nieuwjaar

Vereniging van Zaanse postzegelverzamelaars “DE POSTHOORN”

Dagobert DuckIn week 3 van 2016 wordt uw contributie automatisch geïnd.

Echter:
Hierbij verzoeken wij ALLE leden die voor de contributiebetaling géén automatische incasso hebben afgegeven, dit uiterlijk 15 januari 2016 over te maken.
U ontvangt dus GEEN acceptgirokaart meer voor de betaling.

Stort :
€ 12,50 (donateur), of € 22,50 (leden, inclusief maandblad Filatelie) op IBAN: NL34INGB0000266255 ten name van penningmeester de Posthoorn, Krommenie.

Vermeld altijd duidelijk uw naam, lidnummer en “contributie 2016” bij opmerkingen (uw lidmaatschapsnummer staat op het adresetiket van deze Hoornblazer).

Eventuele betaling per kas kan nog uitsluitend begin 2016 op de eerste verenigingsavond (in Zaandam) bij de penningmeester, Wim Wiltjer.

Wilt u ons wel machtigen? Vraag dan bij Wim Wiltjer of Willem Aaij om een machtigingsformulier. Ook kunt u dit formulier hier downloaden

Met vriendelijke groet,
Wim Wiltjer en Willem Aaij.

Terug en vooruit

De beste wensenBij de Purmerender Postzegel Ruilclub is het een goede gewoonte dat de voorzitter het voorwoord van het clubblad voor zijn rekening neemt. Ik ben er tot nu toe niet in geslaagd om de voorzitter van de Posthoorn met een soortgelijke taak op te schepen, maar ik heb goede hoop dat bovenaan zijn lijstje van goede voornemens het ‘herderlijk voorwoord’ staat. Het januari-nummer is uiteraard een mooi moment om terug te blikken en vooruit te kijken. Ik denk dat we kunnen terugzien op een bijzonder geslaagd verenigingsjaar, met druk bezochte clubavonden, een florerende stuiverboekenhoek en veel leden die aan het rondzendverkeer deelnamen. De pijlers onder de vereniging zijn ongetwijfeld de kleine en grote veilingen: altijd leuk materiaal, vaak topstukken en een hoog verkooppercentage. Eigenlijk snap ik wel waarom Jan geen tijd heeft voor zo’n stukje, want die veilingen dat zijn zijn kindjes, met Carry als controleur op de achtergrond. Ik verwacht dat u ook in het komende jaar weer op veel moois kunt rekenen. Dit dubbeldikke clubblad is er misschien een voorbode van. Wel zijn er plannen om de verspreiding van dat clubblad anders aan te pakken, want met de exploderende tarieven van PostNL komen we er straks niet meer uit. In dit nummer staat water centraal. Drijvende brandkasten, postfrisse De Ruyter-porten, een postzegelschip en een toeterende visser passeren de revue. En als water niet meer helpt bij het afweken van uw postzegels, heeft Franck Glandorff een recept.

Namens het bestuur wens ik u het allerbeste toe voor 2016, veel postzegels, gezondheid en geluk. John Dehé

Drijvende brandkast

In de januariveiling van De Posthoorn komt een heel bijzondere serie onder de hamer: de Drijvende Brandkast (Nederland!) postfris, met certificaat.

Omdat Jan Kluft dacht dat ik me anders maar zou gaan vervelen, vroeg hij me daar een stukje over te schrijven en hij verwees me naar een artikel dat hij op internet gespot had en dat een tijdje geleden was verschenen in de VPRO-gids. De auteur van dat artikel is Marten Minkema, hij ontving dit jaar zelfs een eervolle onderscheiding voor het beste filatelistische artikel in een niet-filatelistisch blad.

Het stuk was het resultaat van een interview met Gert Holstege over dit onderwerp, uitgezonden door de VPRO (Het Spoort terug, OVT) . Overigens was ik zelf ook in dat programma te beluisteren, met een verhaal over de postcensuur in de Eerste Wereldoorlog. Volgens kenners het hoogtepunt van de uitzending. Goed , de Brandkasten dus. Marten noemt het “een geniaal idee dat op niets uitliep”. Wat was het idee? Marten Minkema:

De Titanic is net gezonken en zakenman Cornelis van Blaaderen uit Breukelen leest in de krant over bergen goud en waardevolle post die mee naar de bodem zijn gesleurd. Jaarlijks vergaan wel duizend schepen, dus dat telt op. Zou het niet mooi zijn als die kostbaarheden bij een ramp waterdicht verpakt blijven dobberen?

Van Blaaderen ontwierp een grote safe met drijvend vermogen die aan boord van schepen geplaatst kon worden en waarin kostbaarheden de reis en een mogelijke ramp konden overleven. Het ding kon zelfs een radiosignaal uitzenden, waardoor het relatief eenvoudig opgespoord en geborgen kon worden. Er ging heel wat waardevolle post heen en weer tussen Nederlands Indië en Nederland en de ontwerper verwachtte dat veel verzenders in ruil voor veiligheid en korting op de verzekeringspremie vast wel een (duur) plekje in de kluis wilden betalen. Dat ging simpel: naast de gewone frankering moest een extra Brandkastzegel geplakt worden, waarvan de opbrengst deels naar Van Blaaderen zelf zou gaan.

Drijvende Brandkast aan boord van de SS Prins der Nederlanden, 1919

Minkema: De Posterijen en het ministerie van Koloniën reageren enthousiast, maar post valt onder Waterstaat en daar is minister Lely niet gediend van inmenging door een commercieel bedrijf. Hij stelt zoveel voorwaarden dat het plan in een la verdwijnt. Intussen woedt de Eerste Wereldoorlog en torpederen Duitse onderzeeërs meer schepen dan ooit naar de kelder. In 1918 maakt Lely plaats voor minister König en die gaat alsnog met Van Blaaderen in zee. De ondernemer krijgt zelfs gedaan dat hij in eigen beheer brandkastzegels mag drukken bij Joh. Enschedé in Haarlem, waar alle bankbiljetten en postzegels vandaan komen.

“Dat was ongehoord en uniek”

zegt Gert Holstege nu:

“Postzegels hadden een officiële status, het waren echte waardepapieren van de Staat.”

Voorjaar 1921 is het zover. Vanaf nu vertrekt elke twee weken een schip met een Drijvende Brandkast aan dek vanuit Nederland naar Nederlands-Indië en vice versa. De zeven brandkastzegels zijn te koop op het postkantoor vanaf 15 cent per 20 gram, de duurste zegel is fl. 7,50. Van Blaaderen krijgt 5/8 van de opbrengst en de Staat de rest.

Maar de belangstelling van het publiek voor de zegels viel erg tegen. Het grote publiek zag het nut niet van de Drijvende Brandkast niet zo. De oorlog was voorbij, op de route naar Indië verging nooit een schip en ook de post in het ruim kwam dus gewoon aan. Er zijn maar weinig brieven bewaard gebleven waarop de zegels echt gebruikt voorkomen. Het meeste is filatelistisch maakwerk (al worden ook daarvoor nog steeds pittige prijzen gevraagd en soms betaald).

Te koop bij Bert Brinkman (met certificaat), echt gelopen, maar te hoog brandkast-tarief. http://www.bbfila.com/product_info.php?cPath=61_21_69&products_id=955

John Dehé

Postzegelschip

Postzegelschip te koop

Het was een bijzonder moment tijdens de Grote Veiling van de Posthoorn. Veel mensen waren naar de Stoomhal gekomen om er hun verzamelingen te laten bekijken/ taxeren en daar stond opeens de familie Nijman met een groot “schilderij” in een prachtige lijst. Het woord schilderij staat tussen aanhalingstekens want het schip op het schilderij was niet geschilderd, maar bestond uit honderden verknipte postzegels. Een postzegel-schilderij dus, met resten van vooral Nederlandse en Engelse postzegels uit de jaren 1880-1890. Beeldschoon. Wat het waard was?
Natuurlijk hadden we geen idee, maar we hebben wel een afspraak gemaakt en René Dresken (Nederlandsche Postzegelveiling) en ik zijn bij de familie gaan kijken. Daar hoorden we ook het achtergrondverhaal. Het schilderij was tijdens de crisis van de jaren dertig bij de familie terechtgekomen als betaling voor een maatpak. De man die het pak besteld had, kon door de crisis niet betalen en sprak af dat hij dit “schilderij” zou maken om zijn schulden te voldoen.

Postzegelschip2

René Dresken was minder onder de indruk, hij zag dit soort schilderijen wel vaker en deed een voorzichtige taxatie: zo’n € 250, “Maar het kan natuurlijk altijd meer worden”. Uiteindelijk besloot de familie het kunstwerk mee te geven voor de veiling van de Nederlandsche in maart. En ik zou een stukje schrijven voor de Hoornblazer en het Maandblad Filatelie. Bij deze dus het eerste deel van die belofte. Ook nam ik me voor nog wat over de geschiedenis van het schip uit te zoeken en dat ging met hulp van het internet redelijk soepel. De SS Friesland was een stalen viermaster (437 feet) met stoommachines en werd in 1889 gebouwd voor de Red Star Line, op de werf van J&G Thomson &Co, Glasgow. De Red Star Line was een Belgische maatschappij die een geregelde dienst onderhield tussen Antwerpen en Philadelphia. Het schip bracht (o.a. vanuit Engeland) vele emigranten naar “het land van belofte”: Amerika en werd beschouwd als een van de veiligste schepen van zijn tijd. Op 12 mei 1889 maakte het zijn “maiden voyage”, een reis van Amsterdam naar New York. In 1903 ging het als charterschip naar een anderee maatschappij, “American Line’. In 1911 werd het verkocht aan een Italiaan die het herdoopte in La Plata, maar het een jaar later liet slopen. (www.norwayheritage.com)

John Dehé

De Friesland

Schip

Visser

Wat een rijke club!!

Ben ik te gast Dick Jonker, een verzamelaar die al 29 jaar lid is van onze vereniging. En wat blijkt. Ook hij is een rijk mens. De al 13 jaar gepensioneerde 1e trompettist van het Nederlands Filharmonisch Orkest geniet dagelijks van vrije tijd en hobby’s. Ook hij leeft met een dagelijks tekort aan productieve uren, de dag is om voor je er erg in hebt!
Waarmee houdt hij zich van de straat? Dat is teveel om op te noemen, maar de hoofdbezigheid is vliegvissen samenstellen om snoekbaars te kunnen vangen. Maar zeeforel, beekforel en zalm zijn ook zeer in trek. Niet zozeer in trek om te eten, nee, veeleer om vis te vangen. Hij zet zijn de vis (bijna) altijd weer terug. Zo zit die sport nou eenmaal in elkaar.

Hij componeert zijn eigen vliegvissen, die dienen voor lokaas. Dat werk alleen al is een geduldklus. Doch eenmaal aan de visserij is het een groot feest als de vliegvishaken het lekker doen. Zo had hij afgelopen zonnige donderdag even voor 4 kilo snoekbaars gevangen (in verband met mogelijk misbruik in verband met gebruik van visserslatijn trekken we er voor de zekerheid 2 ons van af). Het is mogelijk dat Dick mij hier, na de tekst nog niet ingezien te kunnen hebben, op een van de komende clubavonden met een stockboek voor mijn kop slaat, maar dat zien we dan wel! En denkt u nu niet dat hij in de eerste de beste prutsloot bezig is, echt niet, hij vist als het aan hem ligt wereldwijd. Maar dan is zijn vrouw er nog! Zij gedoogt zelfs dat Dick op Kola vist. U leest het goed. Niet op cola natuurlijk, maar Kola, het schiereiland boven Moermansk. En Poetin heeft hem nog nooit een vinger dwars gelegen. Dat kan ook haast niet, want die hoog gelegen Russische wateren zitten stikvol zalm, eentje meer of minder daar ligt Poetin niet wakker van. Dick overigens wel! Onder het mom van: Ik zal ze vangen, ik zal ze vangen, vliegt hij naar het hoge noorden, springt in het (koude) stromende water en is in zijn element. Zie de openingsfoto. Nou doet zich het toeval voor dat uw secretaris zich ook graag vermaakte in Lapland en erboven. We deelden het gezicht van de spuitende walvissen. Fenomenaal toch! En nu denkt u natuurlijk. Leuk, Dick spaart Rusland! Mooi niet, hij spaart Scandinavië, Oostenrijk en Nederlandse kleinrondstempels. Overigens is boven de poolgrens maar één genoemd doel, wat denkt u van Bodo in Noorwegen, Thuringen in Duitsland. Ieder vrij moment is hij met deze hobby in de weer. Zijn clubaansluiting kwam destijds bij Philatelica tot stand, dat ging op in De Posthoorn en zo kwam het. Echter twee jaar geleden is hij een groot deel van zijn verzameling in prachtige DAVO Kristalboeken kwijtgeraakt als gevolg van een nog nooit opgehelderde inbraak. Daar bevond zich een pracht collectie Noorwegen tussen. Maar heel helaas. Dader nooit gepakt. Maar wel kreeg hij van de vereniging, via John Dehe, drie albums Noorwegen. Met die geste kon Dick gelukkig verder.

Blinkers

Ooit begon hij zijn hobby toen hij met een in luchtpost geïnteresseerde vriend langs een Hilversumse postzegelwinkel ging. Daar scoorde hij een album Oostenrijk. Daarin zat een virus verstopt, waar de handelaar hem niet over inlichtte, dat virus sprong over en zo is het gekomen, dat u Dick bij ons tegen het lijf kunt lopen. Er is nog een andere hobby: de trompet. Hij heeft van die hobby zijn baan kunnen maken. Zo kwam hij onder Anton Kersjes in het Kunstmaandorkest terecht. Dat werd later het Ned. Philharm. Orkest. En wie speelde er de eerste trompet? Juist, u begrijpt het al, ons lid Dick Jonker, niet meer en niet minder. Zijn hele leven heeft hij geblazen, en nu zoon Coen, die hem eervol opvolgt. Zal het in de genen hebben gezeten? Nou, gelooft u mij, er moet een muzikaal gen tijdens de bevruchting zijn overgesprongen, anders bouw je geen blazerscarrière van 46 jaar op. En wat wil nu het geval, de ouders van mij en mijn vrouw waren aangesloten op het sparen middels de Premie-van-de-Maand-club van Appie Heijn. Dat betekende dat wij al vroeg in aanraking met klassieke muziek kwamen, want in de club kon je sparen voor kaarten van het Kunstmaandorkest. Zo komt het dat ik jaren naar Dick heb kunnen luisteren en kijken, maar toen wist Dick nog niets van postzegels! En later hadden we zelf abonnementen op het Ned. Philharmonisch. Prachtige concerten beleefd!! Voor de lol speelde hij nog een stukje op zijn piccolo-trompet. Ondanks een leven vol muziek is Dick toch uitgestapt zonder veel om te kijken. Zijn vrouw draait nu zelfs meer klassieke muziek dan hij. Als bij-instrument, want zo werkt dat op het conservatorium, speelde hij piano. Die staat nu te wachten op de bespeling door de kleinkinderen. Mooi hè!

Voor het plezier helpt hij nog enkele jongelui met trompetlessen. Toevallig moet een leerling in december het Weihnachtsoratorium spelen en Dick gaat daarin ook zijn partij meeblazen. Het kan verkeren zei vader Cats.
Maar heel mooi in deze decembermaand is het feit dat Dick al 65 jaar speelt bij het inhalen van Sinterklaas in Krommeniedijk. Want daar liggen Dick’s roots. Het zal u duidelijk zijn dat er veel leven in de brouwerij zit bij hem. Het zou echter vele oplagen van De Hoornblazer vergen om daar over te schrijven. Dat krijgen we er bij John natuurlijk nooit door. Dit was zo’n gesprek waarbij je de koffie koud laat worden. Erg hé !

Uw secretaris.

Trompet spelen

Postzegelbeurs

Lastige zegels

Dit is de uitleg hoe men zelfklevende postzegels, die met warm water niet los gaan, van het papier kan verwijderen. Eerst de zegels van de envelop afknippen, met wat ruimte om de zegels. Een zelfklevende zegel kan men herkennen aan een volledig regelmatige tanding. Bij niet-zelfklevende zegels is de tanding nooit, of bijna nooit, helemaal regelmatig. Vervolgens doet u wat wasbenzine in een schaaltje/ kommetje. Leg daar ± 10 zegels in, gedurende ± 30 seconden. Dan haalt u de zegels eruit en na ongeveer 10 seconden kunt u de zegels makkelijk van het papier verwijderen. Laat de zegels niet te lang liggen voordat u ze van het papier afhaalt (daarom niet meer dan ± 10 zegels per keer behandelen). Even een paar minuten laten drogen. De zegels plakken nu nog wel. Dit kunt u verhelpen door talkpoeder/ babypoeder op de achterkant van de zegels te strooien. Even het overtollige poeder afvegen en de zegels kunnen uw verzameling in. Let wel goed op dat u dit niet doet in de buurt van een warmtebron, zoals een fornuis, want wasbenzine is brandbaar. De keuken is een minder geschikte plaats.

Veel succes en als er nog vragen zijn, kunt u terecht bij Franck Glandorff

ZwitsalBrief

PrentIn 1893 was 1 cent voldoende voor het versturen van een Nieuwjaarswens. Als je twee diagonale lijnen op de adreszijde van de kaart plaatste, bezorgde de postbode hem op Nieuwjaarsdag. Voor de zekerheid plaatste de afzender die onbekend wenste te blijven (Afgezonden door ?) nog wat extra lijnen.